Monoga.. wie?
Sex and the Arnhemse City

Maandag. Er is weer een week voorbij en de nieuwe week is weer begonnen. In mijn vorige twee blogs schreef ik over spelen; de afgelopen week stond in het teken van ‘serious business’. Niet alleen op de werkvloer, maar ook privé deden zich vele ontwikkelingen voor. Hoog tijd voor een nieuw blog en een uitvoerige update dus. Dit is Sex and the Arnhemse City; een kijkje in het spannende leven van een single in Arnhem.
Zoals deze nieuwe week begint, zo was ook mijn afgelopen week. Over het algemeen stralend, maar soms ook bikkelhard en ijzig koud. Het begon allemaal op maandag; Valentijnsdag. Een dag die ik al vanaf mijn jonge jaren verafschuw en die met de jaren eigenlijk alleen maar afgrijselijker wordt. De confrontatie met hoe begeerlijk je bent uitgedrukt in een aantal rozen, kaarten of hartvormige snoepjes vermijd ik elk jaar het liefst weer. In alle vroegte word ik verrast met een Valentijns-sms. Deze blijkt van één van mijn niet-heteroseksuele vrienden te zijn. Just my luck. Ik besluit mezelf uit mijn immens diepe dal vol zelfmedelijden te trekken en trakteer mezelf op een heerlijk ontbijt met loeigrote cappuccino in één van mijn favoriete koffietentjes in de binnenstad. Terwijl ik daar zit lijkt de zaak zich te vullen met verliefde stelletjes met hetzelfde plan. Mijn bagel is opeens smakeloos en de lege stoel tegenover me maakt dat ik ook opeens minder hard kan lachen om de melksnor die mijn cappuccino op mijn bovenlip achterlaat. Lachen is toch altijd leuker met z’n tweeën. Ik klap mijn laptop dicht en ga op weg naar een afspraak voor de enige relatie die ik op dit moment heb; die met mijn werk. Als ik halverwege het Musispark loop trilt mijn telefoon in mijn binnenzak. Het is mijn ex.
Mijn ex en ik zijn alweer een tijdje uit elkaar. Dat komt door mij. Daar waar ik doorgaans namelijk loop te zaniken dat ik oh zo graag een relatie wil, breekt me op het moment dat ik er één heb binnen twee weken het angstzweet uit en mis ik mijn single bestaan. En als ik me dan beklemt voel door meneer A, ga ik op zoek naar een meneer B die me dan weer de tijd van mijn leven kan bezorgen. Noem het bindingsangst, noem het een allergie voor monogamie.. Ik weet niet wat het is.
Ik neem op. De ex vraagt waar ik ben. Ik geef mijn locatie door en wacht geduldig tot de voormalige liefde van mijn leven aangelopen komt. Als ie eenmaal voor me staat zwaait ie uit het niks een enorme bos rode rozen achter zijn rug vandaan. Ik lach als een boer met kiespijn. Het is lief, dat zeker. Maar ik besef me op dat moment dat dit de score is die ik behaal op deze Valentijnsdag; een smsje van een homo en een bos bloemen van een ex. Begeert worden door twee mannen van wie je niet warm of koud wordt, dat moet je niet willen.
En dus onderneem ik direct bij thuiskomst actie. Ik sms de woeste man die ik vorige week tijdens een avondje dansen in de stad heb ontmoet. Na drie dagen moet dat immers kunnen. Binnen een paar minuten heb ik een reactie. De woeste man wil een date. Na drie dagen heen en weer smsen komt het er dan van. Hij pikt me op bij het station, waar ik al rokend op hem sta te wachten. Hij zwaait de autodeur open en roept: “Hey, smoking kills man!”. Het ijs is meteen gebroken. Net als met zijn smsjes weet ie me ook ‘IRL’ vreselijk aan het lachen te maken en, niet geheel onbelangrijk, hij ziet er tijdens dit weerzien nog knapper uit dan ik hem had onthouden! Hij rijdt me naar een prachtige boerderij ter hoogte van Sonsbeek Park. Eenmaal binnen schenkt ie champange glazen vol met Prosecco. Om half drie laten we de laatste druppels uit ons glas in onze keel vallen en roken we samen nog een Marlboro. We kijken elkaar aan. Het is laat, buiten is het donker en koud en we zijn allebei te beschonken om te rijden. Die nacht slaap ik in zijn bedstee.
De volgende ochtend brengt de woeste man me na een verse mango ananas smoothie terug naar het station. We kussen elkaar gedag en spreken af elkaar zondag weer te zien.
Er gaan twee dagen voorbij en op mijn telefoon wordt het steeds stiller. Ik word door jan en alleman gesmst. En elke keer baal ik stiekem een beetje als wederom blijkt dat het niet de woeste man betreft.
Vrijdagavond. Na flink in de steigers te hebben gestaan vertrek ik samen met een vriendinnetje richting de ‘pre-party’. Een aantal wijntjes later zwalken we met de rest van de vriendengroep naar de stad. Ik op mijn zwarte slangenleren stiletto’s, met een grote piloten zonnebril op mijn neus en in een bijzonder strak jurkje waarin mijn zandloper figuur perfect uitkomt (thank God voor mijn hernieuwde zin om hard te lopen nu de zon weer doorbreekt). We dansen de sterren van de hemel. Opeens schreeuwen mijn voeten om een moment van rust. Samen met mijn vriendin loop ik de trap af naar beneden. En daar krijg ik een halve hartverzakking..
De woeste man.
We staan recht tegenover elkaar en hij is net zo geschrokken als ik. “Uhm.. hoi”, zegt hij, “Nog even over zondag. Ik kan niet. Ik moet van mijn baas met een relatie naar Vitesse.” En daar op de trap, in de verstikkende sigarettenrook en tussen de gebroken glazen, breekt ook mijn hart. Shit, ik vond hem echt veel leuker dan ik dacht. Ik probeer quasinonchalant te reageren, zeg dat ik hem dan nog wel zie, en loopt ook de tweede trap af. Daar loopt ik recht in de armen van een buurjongen. Knap, succesvol, complimenteus. Hij haalt een drankje voor me, we kletsen en ik geef af op alle mannen. De buurjongen snoert me de mond door me te kussen. Ik kus terug. Onze lippen hebben contact, maar ik ben geen seconde met hem bezig. Mijn hoofd is op de dansvloer. Bij de woeste man. Waar ging dit nou toch mis?
Zaterdagavond. Verscholen achter een enorme bol van cellofaan loop ik naar de bus. Ik heb een verjaardagsfeestje van een collega. Eenmaal daar raak ik in de keuken aan de praat met een hippe, goedgeklede jongen. Ik zie hoe hij me van top tot teen bekijkt en merk hoe hij vervolgens begint te flirten. Opeens komt er een brunette de keuken in. “Schatje, ga je zo mee naar huis? Ik ben zo moe, ik wil slapen. Pak jij nog even onze glazen? Ik zie net dat ze die niet gebruikt hebben.” Onze glazen.. Wat een hufter. Het meisje loopt weg, ik kijk hem vragend aan. “Dat was je vriendin? Met wie je samenwoont?”. Hij knikt van ja. “Ben je gelukkig?” , vraag ik. “Ach”, antwoord hij, “Meestal wel. Ik neem er genoegen mee. Wat kan ik zeggen, het gras is natuurlijk altijd groener aan de overkant.” En ja, hij vindt mij wel behoorlijk groen gras. Ik druk mijn sigaret uit in de spoelbak, bel een taxi en reis af naar huis.
Ik heb een glaasje te veel op maar nog niet genoeg om de teleurstelling te voelen. Niet zozeer van deze avond, maar van deze hele week. De stoplichten en lantarenpalen trekken rode en oranje strepen in de lucht terwijl de taxi aan ze voorbij raast. De stad lijkt wel een discotheek. De missende beat wordt opgevuld door mijn hart dat klopt in mijn keel van onrust. De ontbrekende songteksten worden opgevuld door vragen in mijn hoofd: “Wat is dit? Waar zijn we mee bezig? Waarom willen we allemaal van alles, totdat we het hebben? Waarom verandert het groenste gras al snel in stro? Irriteren de doornen van een bos rozen meer dan de rode blaadjes kunnen verblijden? Waarom is hard to get toch zo snel te easy? “ Ik zoek de ogen van de stad in de nacht. Maar het is te donker en de lichten zijn te fel. De stad heeft vanavond zijn eigen fling. Hij danst nu niet met mij.
Soms voel ik me alleen in de stad. Als ie koud is en guur als vandaag. Als ie de zon door zijn gebouwen heen laat schijnen, maar niet fel genoeg om me aan te kunnen warmen. Op die momenten verlang ik naar een leuke vent. Eentje zoals de woeste man. Maar ach, ik wil ook altijd wat ik niet kan hebben.. Ik weet prima hoe het zou zijn gelopen. Je kunt beter bekend gaan dan vreemd. Misschien moet ik dat deze week maar weer eens uitproberen… After all, ik ben ook helemaal niet het type vrouw voor op de boerderij; het is er totaal niet stiletto proof.
Kees Crone op dinsdag 22 februari 2011 om 10:25 uur
Leuk. En nog goed geschreven ook. Is dit nu Chicklit?