Molukse Dag in het Openluchtmuseum
Caroline Berkhof (Openlucht Museum)

Johnny Manuhutu danst met dame uit publiek
Op zondag 10 april stond het Openluchtmuseum stil bij 60 jaar Molukkers in Nederland. Tussen de Molukse barak uit het Brabantse Lage Mierde en de trambaan werd een bescheiden festivalterrein ingericht en de museumkoks marineerden vele satéetjes en de gastvrouwen bereidden gado gado. Het weer was on-Nederlands mooi en het programma veelbelovend met een optreden van de band Massada; levende muziekgeschiedenis. Maar voor het feest begon, was het eerst tijd voor bezinning.
Voor het eerst sinds de opening van de Molukse Barak in 2003 krijgen de Molukse acties in de jaren ‘70 een plaats. Met drie filmportretten over de treinkaping in Wijster, in december 1975. Bij de officiële presentatie zijn zo’n 75 oud-bewoners van kamp Lage Mierde aanwezig, het woonoord waar de barak uit het Openluchtmuseum heeft gestaan. Aanvankelijk is de sfeer uitgelaten, maar na het vertonen van het filmportret van Paul Saimima, een van de gijzelnemers, blijft het secondenlang stil voordat het applaus klinkt. Na een ingetogen intermezzo van gitarist Wim Lohy en het filmportret van gegijzelde Hans Prins is het weer even stil. Ondertussen zitten Paul en Hans naast elkaar op de eerst rij. Zij hebben al vele jaren zeer goed contact. “Voer voor psychologen” zegt Paul Saimima. Dan neemt ‘Tante Tang’ het woord, een prachtige humorvolle creatie van Nel Lekatompessy. Als afsluiting zet zij het lied ‘Manisé manisé’ in. Alle Molukse genodigden staan op en zingen mee. Er wordt gedanst, het feest is begonnen.
Bij de barak gaan oud-bewoners per familie op de foto. Loupatty, Supusepa, Lawalata en Salasiwa. Veel mensen staan op meerdere foto’s, Lewerissa, getrouwd met… En er is weerzien. Met John, die niet verhuisde naar Wormerveer, maar naar Zevenaar. Hij treedt die middag op met de band Cosimo Central Station. De mensen van DeltaDua vertellen verhalen, maken muziek en geven een tifa-workshop aan kinderen. En dan…is het tijd voor Massada. Ze starten met een nummer van Santana en hun eerste hit “Latin Dance”. Zanger Johnny Manuhutu stapt van het podium af en danst met een vrouw uit het publiek. Dan vertelt hij, over zijn eigen ervaringen. Hij zegt dat de museale barak eigenlijk veel te mooi is. In de barak in kamp Almere in Huizen, waar Johnny als kind woont, zou je je hond nog niet laten wonen. “Als het winter is, dan sneeuwt het binnen in de kamer”. De band speelt in op het publiek, past het repertoire een beetje aan. Aan de ‘tante’ van de eerste generatie, die stil zit te genieten. Een van de laatsten die nog kan vertellen over de Molukken, de reis, de aankomst en over de teleurstelling, de boosheid. Het ontslag in Amersfoort. De koffers in de kamer. Ze zouden immers snel teruggaan?
“Zestig jaar? Dat is toch geen jubileum?” werd me gevraagd. Misschien niet voor ons, maar wel voor de Molukse gemeenschap en voor de weinige mensen van de eerste generatie die er nu nog getuige van kunnen zijn. De “jongeren” (vijftigers) hebben goede herinneringen aan het leven in het kamp. Voetballen, boompje klimmen, en appels jatten in de boomgaard. Maar onderhuids heeft het verdriet van de eerste generatie ook bij hen voelbare sporen nagelaten. “Laat duizend bloemen bloeien” zei een van de initiatiefnemers Rein Sohilait ‘s morgens. “Blijf het verhaal vertellen”. Het is goed dat ook (en misschien juist) in het Nederlands Openluchtmuseum -museum over de geschiedenis van het dagelijks leven - deze geschiedenis levend gehouden wordt.